Oprichting Barning Stichting

De Barning Stichting dankt haar naam aan Andreas A.A. Barning. Hij werd geboren in Leiden op 22 juli 1814 en voltooide ook daar zijn studie en promotie. In 1841 vestigde hij zich in Tilburg als heelmeester.

De geneeskundige zorg in Tilburg stelde, net zoals in de rest van Nederland, in die tijd niet veel voor. Er waren niet veel gepromoveerde artsen, wel waren er heelmeesters en vroedmeesters. Rond het midden van de 19e eeuw ontstonden op meerdere plaatsen initiatieven ter verbetering van de situatie. In 1849 werd de Koninklijk Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG) opgericht.

In datzelfde jaar stichtte Andreas Barning in Tilburg de kring ‘Medicinae et Amicitiae’. De eerste vergadering werd gehouden op 11 oktober bij hem thuis, hij werd zelf tot voorzitter gekozen. Barning was van mening dat hij zijn kennis, ervaring en inzichten moest delen met zijn collegae. Hij gaf in de jaren 1851 en 1852 het ‘Tijdschrift voor geneeskundige ervaringen’ uit. Dit werd op zijn kosten gedrukt en hij schreef het zelf voor meer dan de helft vol.
In zijn tijdschrift en in de voordrachten die hij gaf spoorde Barning zijn collegae aan goed naar hun patiënten te kijken, te luisteren en ze goed te onderzoeken. Daarnaast vond hij het belangrijk de bevindingen schriftelijk vast te leggen. De inspanningen van Barning om de kwaliteit van de medische zorg te verhogen zouden we nu nascholing noemen.

Helaas bloedde Barnings initiatief uiteindelijk dood. Ruim een eeuw later werd het weer opgepakt door de huisartsen F.M. Vernooy en L.A.M. Bozon en apotheker A. van der Kuy. Na twee geslaagde nascholingscursussen voor huisartsen richtten zij op 29 oktober 1974 de Dr. med. A.A.A. Barning Stichting op.